logo logo
  • placeholder 1
  • placeholder 2
  • placeholder 2
Adviespunt_Zorgbelang_nieuw-verpleeghuis

‘Het management zei telkens dat ik ongelijk had’

Het Rotterdamse verpleeghuis waar mevrouw Castenie (93) woonde, werd gesloopt. Dus verhuisde ze naar een andere woning van dezelfde instelling. Daar was geen cliëntenraad en geen inspraak. Wel was er onduidelijkheid over rekeningen. Het lukte haar zoon Hans niet om dat te veranderen. Tot hij hulp kreeg van de onafhankelijk cliëntondersteuner van Adviespunt Zorgbelang.

Alles wat met geld en formulieren te maken heeft, wordt voor mevrouw Castenie geregeld door haar zoon. ‘Hans beheert de kassa, maar ik kom niks tekort. Hij zorgt ook dat de voorraadkast meer dan vol is. Want ik deel graag wat uit.’

Nul op het rekest

Hans: ‘In de cliëntenraad van haar vorige verpleeghuis besprak mijn moeder van alles, van de begeleiding tot het eten. En: het was gezellig. Toen ze hier kwam wonen, bleek dat er helemaal geen inspraak was. Dus ben ik op z’n Rotterdams, op de man af, gaan vragen hoe dat zat. Maar ik kreeg nul op het rekest.’

Ook over rekeningen was gedoe. ‘Het knippen van nagels moet de zorginstelling voor mijn moeder vergoeden. Dat gaat maar om kleine bedragen, maar mijn moeder heeft er wél recht op. We hadden gesplitste rekeningen nodig, maar daar wilde het management niet aan. Ze zeiden telkens dat ik ongelijk had.’

Serieus genomen

Via internet kwam Hans in contact met Enrico, de onafhankelijk cliëntondersteuner van Adviespunt Zorgbelang. Hans: ‘Hij is veel meer thuis in wet- en regelgeving dan ik. Hij dacht mee over hoe we dingen handig konden brengen. Hij las zelfs mijn mails aan managers voor ik ze verstuurde. En tijdens overleggen is het fijn om een ruggensteun te hebben. Zijn aanwezigheid zorgt ervoor dat je serieus genomen wordt.’

De cliëntenraad is er gekomen. Mevrouw Castenie is nog geen lid: ‘Maar als ze me vragen, wil ik best mijn woordje doen.’ En de rekening voor de pedicure? Die betaalt de zorginstelling nu helemaal. Hans: ‘We kregen meer dan waar we om vroegen. Mede dankzij Enrico.’